Wat betekent biobased bouwen voor de CO2-impact van Fiens doen en laten?

Publicatiedatum: 30-03-2020

 

Elisabeth ter Borg (Fien Wonen): Biobased bouwen als fundament voor vastgoedexploitatie
Geplaatst door CorporatieMedia op woensdag 25 maart 2020

Fien Wonen besloot vorig jaar september beton in de ban te doen en de overstap te maken naar biobased materialen. Wat betekent bouwen met cross laminated timber (CLT-hout), hennep, kalk en stro voor de bedrijfsvoering? En belangrijker nog, wat betekent het voor de CO2-impact van Fiens doen en laten? We vroegen het Elisabeth ter Borg, directeur-bestuurder bij de woningcorporatie. 

Fien Wonen (3.300 woningen) is ontstaan na fusie van Goed Wonen Zederik en Omnivera in Hardinxveld-Giessendam en Vijfheerenlanden. Elisabeth is er sinds oktober 2015 directeur-bestuurder. Op de vraag of het horrorbeton in de vloeren van het ontruimde kantoorpand van Fien Wonen in Hardinxveld-Giessendam - de vloerconstructie moest na het Parkeergarage-debacle in Eindhoven voor veel geld worden getest op maximale belasting - de druppel was die de emmer deed overlopen, lacht Elisabeth: “Nee, dat heeft er helemaal niets mee te maken. Ik twijfel niet aan de kwaliteit van beton, maar wel aan de CO2-impact ervan. Die onzichtbare externe kosten worden nooit in berekeningen meegenomen, maar ergens wordt er wel de rekening voor gepresenteerd.”

Klimaatverandering
Bijvoorbeeld in Afrika, weet Elisabeth. “Ik ben de afgelopen jaren voor ontwikkelingssamenwerking in Afrikaanse landen geweest. Daar zie en voel je klimaatverandering aan den lijve. Waar eerst mais kon worden geteeld moeten nu andere gewassen de extreme droogte zien te weerstaan. Ook wij blijven niet van klimaatverandering verschoond. Ik hanteer daarbij het standpunt dat iedereen invloed heeft en verschil kan maken. Ook als directeur van een woningcorporatie wend ik samen met mijn team en partners die invloed aan.”

Betongewenning 
Ze vervolgt: “Wij zetten als Fien Wonen in op een zo laag mogelijke - of zelfs positieve - CO2 impact. In de energiehuishouding van het wonen maar ook in de bouw en het onderhoud. De CO2 die bij de productie van beton vrijkomt kan eenvoudig vermeden worden door andere bouwmaterialen.” Elisabeth toont een plaatje waaruit blijkt dat CLT een ‘negatieve’ CO2-impact heeft en beton – maar ook staal en aluminium – het ruimschoots afleggen tegen de biobased materialen. “Maar de wetenschap dat beton of een aluminium kozijn in termen van duurzaamheid niet echt het gewenste effect hebben, is wat anders dan de minerale bouweconomie resoluut vervangen door biobased materialen,” beseft ook Elisabeth zich terdege.

Bouwnetwerk
Op de vraag wat er voor Fien Wonen voor nodig is om die omslag naar biobased bouwen te maken, zegt Elisabeth: “Feitelijk betekent het dat we een deel van ons bouwnetwerk moeten vernieuwen. We gaan nieuwe relaties aan met houtbouwers die woningen in fabrieken assembleren en we dagen ons bestaande netwerk uit om ook met deze nieuwe bouwmethoden, producten en materialen aan de slag te gaan. Als het moet nemen we afscheid van traditionele bouwers, maar liever doen we dat natuurlijk niet.” 

Uitvraag
“Ook de uitvraag bij werken verandert, zo hebben we een programma van eisen gebaseerd op biobased bouwen. De CO2-impact loopt daar als een rode draad doorheen, zonder daarbij de realiteit uit het oog te verliezen. Als alternatieve materialen niet of nauwelijks gunstiger zijn, doen we het niet. We werken met maatschappelijk kapitaal, we nemen geen onnodige risico’s.” Zo wordt er in het waterrijke gebied waarin Fien Wonen actief is en waar grondwaterstanden fluctueren, de funderingen nog steeds in beton gegoten. “Doen we dat niet, dan creëren we de problemen van de toekomst.” 

Malieveld
Elisabeth wil vooral lokaal en vanuit haar intrinsieke motivatie met Fien Wonen het verschil maken met biobased bouwen. Haar ‘activistische ik’ wordt toch een beetje getriggerd als haar wordt gevraagd waarom ze niet met drommen collega’s op het Malieveld staat om te pleiten voor het massaal omarmen van CLT-bouw. “We kunnen als sector inderdaad een enorme impuls geven aan biobased bouwen. Stel, we trekken de 250.000 sociale huurwoningen die we de komende jaren te bouwen hebben op uit hout, dan heb je het over 9,5 megaton CO2-opslag. Dat is aanzienlijk. Fact of life is dat het benodigde CLT-hout - los van de wens - nu niet geproduceerd kan worden. De bouwstroom in hout is daar nog niet klaar voor.” 

Ontdekkingstocht
Ze vervolgt: “Ik heb niet het idee dat de wil in de sector ontbreekt, maar er ligt nou eenmaal zoveel op het bord van corporaties. We zijn startmotor van de energietransitie, we moeten bouwen in het sociaal- en middensegment, en ga zo nog maar even door. Ik heb niet de illusie dat CLT ook nog wel even massaal omarmd gaat worden. Daarnaast denk ik dat de risico’s van houtbouw nog te hoog worden ingeschat, puur omdat het nog te weinig gebeurt. De bouweconomie krijg je niet snel om en van oudsher denkt men bij houtbouw nog te vaak aan Hobbit-woningen. Hout heeft voor sommigen misschien ook nog te veel vraagtekens. Bijvoorbeeld over isolatiewaarden of brandveiligheid, terwijl hout een vrij trage verbrandingssnelheid heeft. Het hoort allemaal bij de beleving van hout en de beweging van bestaande bouwsystemen naar systemen met nieuwe materialen. Ook voor ons is dat een ontdekkingstocht. Van de andere kant, zou iedereen ineens massaal in hout gaan bouwen, wordt CLT een schaarstegoed. Organische groei is dus helemaal prima.”

Trotse huurders
Op de vraag wat de huurders en woningzoekenden met de biobased missie van Fien Wonen opschieten, zegt Elisabeth: “Beschikbaarheid en betaalbaarheid staan bij ons op de eerste plaats en duurzaam is de manier waarop we ons werk doen. Bij gelijkwaardige producten is het voor de huurders om het even, die willen vooral goed en betaalbaar wonen. Toch reageren ze over het algemeen bijzonder positief op ons houtbouwbeleid. Houtbouw zorgt voor betere vochtregulering en een plezieriger leefklimaat. Als dat werkelijk zo is, dan kan het ineens heel snel gaan. Wordt de huurder echter chagrijnig van hout, dan heb je wel een dingetje. De voortekenen zijn goed, want de huurders zijn nu ook al trots dat we vaart maken met het onder de PV-panelen brengen van hun woningen. De omkering van de werkelijkheid noem ik dat, huurders in de frontlinie van verduurzaming.”

B-corporatie
Als Elisabeth wordt geconfronteerd met het feit dat Fien Wonen volgens de Aedes benchmark ‘maar’ een B-corporatie is, antwoordt ze. “De focus ligt in de labels op energie-indexen, er wordt niets gedaan met CO2-opslag door corporaties. Ja, dan maar een B-corporatie, maar wel met de wetenschap dat we de goede dingen doen en straks een bijdrage leveren aan CO2-opslag in houtbouw.”

Helemaal erbij neerleggen doet ze zich toch niet. “Het is jammer dat CO2-opslag geen prestatie-indicator is. Ik ben daarover met FSC-certificering in gesprek. Als ze CO2-opslag aan bouwcomponenten kunnen koppelen, is eenvoudig aan te tonen wat je met houtbouw vastlegt. Dat zou voor de sector ook behulpzaam zijn, bijvoorbeeld om CO2-opslagcapaciteit te gebruiken als compensatie voor het bedrijfsleven.”

Van 2050 naar 2035
Filosoferen over het grotere geheel is leuk, toch besteedt Elisabeth haar tijd het liefst aan de concrete opgave van Fien Wonen. “Ik ben hier om samen met mijn collega’s ons werk goed te doen. We willen onze CO2-impact zo gering mogelijk maken, zonder erop leeg te lopen. In 2035 willen wij de verduurzamingsdoelen voor 2050 hebben bereikt. Biobased bouwen speelt daarin een rol, maar ook verrekening van emissiereductie en de energietransitie. Wij denken na over energiesystemen en willen piloten om tot de juiste oplossingen te komen. Corporaties zijn tot startmotor van de energietransitie gebombardeerd. Beetje ongelukkig, want mijn core business is bouwen, verhuren en onderhouden. Energieproductie is daar geen onderdeel van. Daarom zoeken wij de samenwerking met energieleveranciers. Zij kunnen hun oplossingen mooi bij ons komen testen.”

Niet roepen, maar doen
Het activistische van Elisabeth zit hem dan ook niet in hard roepen, maar in gewoon doen. Liever staat ze niet eens in de spotlights – laat staan op de cover van een toonaangevend vakblad – maar praktiseert ze wat ze preekt. “Ik geloof erin om elkaar goede voorbeelden te laten zien. Bijvoorbeeld starterswoningen van CLT, die makkelijk zijn aan te passen naar gezinswoningen. Weet je hoe makkelijk je een deur zaagt in een CLT-muur? Ik popel om straks mooie voorbeelden in de praktijk te laten zien. Maar nog even geduld,” lacht ze, “want de publiciteit over onze strategische keuze voor biobased bouwen snelt daarop vooruit.” De voorbeelden van biobased bouwen, derhalve, zijn nu nog impressies van wat komen gaat.

Bron: CorporatieGids Magazine, Foto: Suzanne Heikoop.

 

Deel deze pagina

 
Annuleren

Waarmee kunnen wij je helpen?

Begin hier met zoeken!

Geen resultaten gevonden